Olifanten zijn de grootste landzoogdieren die nu leven welke te zijn onderverdelen in 3 soorten. De Afrikaanse bush olifant, de Afrikaanse bos olifant en de Aziatische olifant die ook wel bekend staat als de Indische olifant.
De draagtijd van een olifant bedraagt 22 maanden de langste tijd van alle landdieren. Bij de geboorte is het gebruikelijk dat een olifant rond de 120 kilo weegt. Ze worden respectievelijk tussen de 50 en 70 jaar
Gezonde volwassen olifanten hebben geen natuurlijke vijanden, hoewel leeuwen de gewonde of zwakke dieren kunnen pakken. De grootste dreiging voor de olifant is echter de mens. Waren er eerst miljoenen olifanten in Afrika zijn deze aantallen verminderd tot enkele honderduizenden voornamelijk door de stroperij. Ondanks dat de olifant wereldwijd een beschermde soort is wordt er ieder jaar meer en meer gestroopt.
Uitelijke kenmerken.
De Slurf De snuit is een fusie van de neus en bovenlip, lang en sowieso het belangrijkste aanhangsel van de olifant. Volgens biologen heeft de slurf van een olifant meer dan 40.000 spieren, waardoor het zeer kleine dingen kan voelen maar ook de grootste kracht kan zetten.
De meeste herbivoren zijn in het bezit van tanden die zich hebben aangepast voor het snijden van planten om ze zo makkelijk door te kunnen slikken, een olifant maakt echter gebruik van zijn slurf om plantaardige materialen te grijpen en in hun mond te plaatsen.
De slurf wordt ook gebruikt om te drinken door middel van water te zuigen in de slurf en dit hierna in de mond te spuiten. Ook gebruikt de olifant deze om zichzelf af te koelen met water en te ademen als deze aan het zwemmen is.
Als laatste wordt de slurf ook gebruikt als reukorgaan, door het in de lucht houden van de slurf en deze een bepaalde kant op te wijzen kan de olifant precies weten waar voedsel of vrienden zich bevinden.