Vogels zijn gevleugelde, tweevoetige, gewervelde, warmbloedige dieren die eieren leggen. Hedendaags zijn er rond de tienduizend verschillende soorten. Dit maakt de vogel de meest voorkomende gewervelde diersoort op aarde. Deze fladderende beestjes komen op ieder continent van de wereld voor zelfs op de Noord- en Zuidpool.
Moderne vogels zijn te herkennen aan hun veren, snavel, een hoge stofwisseling, licht in gewicht met sterke botten. Bij alle vogels zijn de voorpoten geevolueerd naar vleugels waarmee de meeste kunnen vliegen, met uitzonderingen van landvogels en en pinguins. Vogels hebben een andere spijsvertering en ademhaling dan andere diersoorten die nodig is om te vliegen. Sommige vogels behoren tot de meest intelligente dieren, bij observatie van vogels is waargenomen dat sommige gereedschap gebruiken en vele soorten dragen kennis over van generatie tot generatie. Veel soorten nemen jaarlijks een grote trektocht en nog veel meer verplaatsen zich in korte tijd.
Vogels zijn sociaal, ze communiceren met behulp van visuele signalen en door middel van gesprekken en liederen en nemen deel aan sociale werken als het jagen en voortplanten waar voortdurend bij wordt samengewerkt. De overgrote meerderheid van de soorten zijn niet monogaam. Vogels blijven vaak samen tijdens het broedseizoen of een aantal jaren maar zelden voor het leven. Papagaaien blijven echter als ze een partner hebben gevonden in veel gevallen voor altijd bij elkaar.
De eieren worden meestal gelegd in een zelf gebouwd nest en word door beide ouders uitgebroed. Bij veel vogelsoorten wordt er tot lange tijd na het uitkomen van de eieren gezorgt voor de jongen. Veel soorten zijn van economisch belang, vooral als bron van voedsel in bepaalde gebieden verkregen door jacht en landbouw.