De baars is een zoetwatervis en voor de nederlanders een inheemse vis en kan in goede omstandigheden wel 50 centimeter en meer dan 3 kilo zwaar worden. De baars komt veel voor in Europa maar is Azie en Noord Amerika ook bekend en is vooral te vinden in rivieren, meren, plassen en brak water. In ons landje is de baars een van de mooiste en bekendste zoetwatervis en is makkelijk te herkennen aan zijn strepen en schubbige huid.
De baars is een echte roofvis en eet het liefst witvis en gladalen. De wat jongere baarsen begeven zich liever aan wat kleinere dieren als insecten en garnaalachtiggen. In de jonge jaren kun je de baars vaak in scholen vis vinden om samen te jagen, wordt hij wat ouder dan wordt deze vis ietwat eenzamer en kun je hem vaak solitair vinden in de ondiepere wateren.
Het voortplanten gebeurt vrij simpel. Het vrouwtje verpreid haar kuit meestal in ondiep water in wat lijkt op doorzichtige pudding achtige slierten. Deze worden vastgehecht aan voorwerpen onderwater en wachten daar op een mannetje wat ze zal bevruchten. Het aantal eitjes in deze slierten kan tot in de honderdduizenden oplopen waarvan natuurlijk niet alles uitkomt. De kuit wordt namelijk niet bewaakt en hierdoor gaat veel verloren aan andere hongerige vissen. Echter tussen een a twee weken zullen er enkele duizenden larven uitkomen.
Direct na dat deze geboren zijn kunnen ze zwemmen en zullen zich dan verzamelen en samen blijven om groter te lijken voor andere vissen. In het begin zullen deze larfjes zich uitsluitend met plankton voeden. Snel hierna zullen ze overgaan op andere kleine dieren. Na een tijd van ongeveer 2 jaar zijn ze volwassen en zal hun tijd zijn aangekomen om zich voort te planten.