Schelpdieren of weekdieren zijn ongewervelde dieren met een week lichaam met ongeveer 100.000 erkende bestaande soorten. Ze leven in een enorm divers verschillende habitats wereldwijd zoet-, zoutwater en land inbegrepen. Weekdieren zijn een zeer diverse diersoort in grootte, anatomische structuur, gedrag en leefomgeving.
Slakken zijn veruit de meest talrijke weekdieren in termen van erkende soorten en zijn goed voor tachtig procent van het totale aantal vastgelegde weekdier soorten. Inktvissen en octopussen behoren tot de neurologisch meest geavanceerde ongewervelde dieren. De reuze inktvis is het grootste bekende ongewervelde dier.
Omdat weekdieren zo talrijk zijn en een ontzettende variatie hebben in de structuren van hun lichaam is het moeilijk deze diersoort te definieren in groepen. De twee meest bekende kenmerken zijn een mantel met een holte gebruikt voor de ademhaling en de structuur van het zenuwstelsel.
Weekdieren zijn nog steeds een belangrijke voedselbron voor de mens. Er blijft echter altijd het risico voor voedselvergiftiging omdat onder bepaalde condities giftige stoffen zich kunnen ophopen in deze dieren. Veel landen hebben dan ook strenge regels om de kans op vergiftiging te minimaliseren. Naast het gebruik als voedsel hebben weekdieren voor de mens al eeuwen gezorgt voor luxe goederen denk hierbij aan parels, parelmoer en zee zijde. Schelpen worden zelfs gebruikt als geld in een aantal primitieve samenlevingen.
Sommige soorten zijn ook een gevaar voor de mens in bepaalde activiteiten, bij de visvangst of recreatie in de zee. De beet van een blauw geringde octopus is vaak dodelijk net als de steken van een paar soorten zee egels. Maar laten we vooral niet vegeten dat deze levensbedreigende dieren ook hebben meegeholpen in neurologisch onderzoek.